In een aantal artikelen zullen we aandacht besteden aan het thema ‘land’ in het Jodendom. Elk spreken over ‘land’ kan in een tijd waarin we denken vanuit ‘natiestaten’, problematisch zijn. Dat geldt in nog hogere mate voor het spreken over het land Israël. Zeker in de huidige situatie met de gruwelijke oorlog in Gaza – die volgde op de barbaarse aanval van Hamas op Israëlische dorpen en het gijzelen van mensen op 7 oktober 2023 – en het misdadige optreden van kolonisten op de Westbank.
Toch wagen we een poging. Israël is een volk, een land en, sinds 1948, een staat. Een staat waarvan de huidige extreemrechtse, nationalistische regering de oorlog in Gaza en het onrecht op de Westbank onder andere met bijbelteksten en teksten uit de traditie legitimeert en daarbij die teksten letterlijk toepast op de huidige situatie. ‘Zoals fundamentalisten altijd doen’.[1]
Aardland
De gangbare Hebreeuwse benaming voor het ‘land Israël’ is erets Jisraeel. Een term die in de uitlegtraditie gebruikelijk is, maar in de Tora zelf niet voorkomt. Ezechiël 47,18 is de enige plek in de Tenach waar, in een beschrijving van de gebiedsgrenzen van het ‘land’ (erets), de term ‘land Israël’ (erets Jisraeel) voorkomt (zie vs 13-23).
In het eerste scheppingsverhaal lezen we:
‘In het begin schiep God de hemel en de aarde (erets)’ (Gen. 1,1). De betekenis van het Hebreeuwse erets is dus zowel ‘aarde’ als ‘land’. Pieter Oussoren vertaalt erets hier met ‘aardland’ (Naardense bijbel). Maar in vers 10 vertaalt hij erets met ‘land’: ‘God roept tot het droge ‘land’. In veel joodse vertalingen wordt het vertaald met ‘aarde’. Enkel wanneer erets bepaald is, zoals bijvoorbeeld in Gen. 2,11: – ‘die heel het erets Chavila omringt’ – wordt erets vertaald met ‘land’. Vertalen doet er dus toe!
In Genesis 15,18 lezen we:
Op die dag sloot de Eeuwige met Abram een verbond, zeggende: ‘aan jouw zaad [nageslacht] geef Ik deze erets, van de rivier van Egypte [de Nijl] tot de grote rivier, de rivier de Eufraat.’
Erets is hier overduidelijk ‘land’, omdat het een bepaald gedeelte van de aarde (erets) betreft. Overigens: op basis van deze bijbeltekst tekenen fundamentalisten hun gedroomde kaart van een ‘Groot-Israel’: Een land dat stukken Egypte en Soedan omvat, en dat zich verder uitstrekt tot Irak en de Perzische Golf in het oosten en tot Zuid-Oost Turkije in het noorden tot en met het Arabisch Schiereiland in het zuiden.Grenzen van het land bepalen op grond van bijbelse teksten is zéér problematisch.[2] In Genesis 13 lezen we bijvoorbeeld:
‘Abram woonde in het land (erets) Kanaän. […] en de Eeuwige zei tot Abram […]: hef je ogen op en zie vanaf de plaats waar je bent naar noordwaarts en zuidwaarts, oostwaarts en westwaarts; want heel het land (erets) dat je ziet, aan jou zal ik het geven, en aan je zaad [nageslacht], tot in eeuwigheid.’ (Gen. 13,12-15)
Abraham had vele verdiensten. Maar dat hij vanaf die plek zowel de Nijl alsook de Eufraat kon zien (‘from the river to the river’), het valt te betwijfelen. Hier gaat het overduidelijk niet om de territoriale omtrekken van het land. Maar waar gaat het dan wel om?
Droomland
De belofte van land wordt vanaf Abraham van geslacht op geslacht herhaald: aan Izaak (in Gen. 26,3), aan Jacob (in Gen. 28,4) enzovoort.
Over Jacob lezen we dat hij erover niet alleen van Izaak hoorde, maar dat hij het ook in een droom van de Eeuwige zelf hoort (Gen. 28,10-15). In een midrasj in de Babylonische Talmoed (samengesteld ca. 500 c.j. in Babylonië) lezen we daarover:
Er is geschreven (in Gen. 28,11): ‘[en hij [Jacob] bereikte de plaats en bleef daar overnachten, want de zon was ondergegaan.] En hij nam een van de stenen van die plaats, legde die onder zijn hoofd en ging op die plaats liggen’. […] ‘En zie de Eeuwige zei [tot Jakob]: het land (erets), waarop jij ligt [zal Ik geven aan jou en aan je nageslacht]’ (Gen. 28,13). Wat is de grootheid hiervan?
Rabbi Jitschak zei: ‘Dit leert ons dat de Heilige-gezegend-zij-Hij het hele land Israël (erets Jisraeel) heeft opgerold en onder onze vader Jakob heeft gelegd; [als teken] dat het gemakkelijk kon worden veroverd door zijn zonen [nageslacht].’ [Babylonische Talmoed, Choellien 91b]
In de droom ‘rolde’ God het hele land Israël op en legde dat onder de slapende Jacob. Alsof ‘het land (erets) waarop je ligt’ letterlijk het stukje land ter grootte van de plek van de liggende Jakob, is bedoeld. Maar het kan ook anders worden uitgelegd: Op die plaats droomde Jacob over een ladder die op het land (erets; de aarde?) stond en wier top tot de hemel raakte en engelen Gods klommen daarop op en af’ (vs 12). Als Jacob na deze ervaring ontwaakt, zegt hij: ‘De Eeuwige is waarlijk hier op deze plaats en ik wist het niet’ (vs 16). In Genesis Raba (samengesteld 5e eeuw c.j. in Israël) lezen we:
Rabbi Elazar zei in de naam van rabbi Jose ben Zimra: ‘Deze ladder stond in Beër Sjeva en de top reikte tot aan de Tempel(berg). Wat is het bewijs?‘ En Jakob ging weg uit Beër Sjeva (Gen. 28,10) – Hij werd bevreesd en zei: ‘Hoe vreeswekkend is deze plaats (haMakom)! Dit is niets minder dan de verblijfplaats van God (Bet-El; lett. ‘huis van God’); dit is de poort van de hemel’ (Gen. 28,17).
Rabbi Jehoeda zei in de naam van rabbi Simon: ‘Deze ladder stond op de Tempelberg, en de top reikte tot aan Bet-El. Wat is het bewijs?‘ En hij werd bevreesd en zei: ‘Hoe vreeswekkend is deze plaats! Dit is niets minder dan de verblijfplaats van God (Bet-El); dit is de poort van de hemel’ (Gen. 28,17). (Gen. 28:17). [Genesis raba 69,7]
Volgens de ene uitleg staat de ladder daar waar Jakob vertrokken was (in Beër Sjeva, in het zuiden van Juda) en reikt de top van de ladder tot aan de Tempelberg (in Jeruzalem, het noorden van Juda op de grens tussen Juda en Benjamin). Volgens de andere is het precies andersom. Rasji (1040-1105, Frankrijk; bijbel- en Talmoedcommentator) zegt in zijn commentaar hierop dat de berg Moria van zijn plaats losgerukt was en naar Bet-El kwam: Jeruzalem en Bet-El zijn voor even dezelfde plaats – haMakom (‘veilige plek’; ‘thuis’).[3]
Op die bijzondere plek gebeurt iets bijzonders met het fysieke begrip van plaats en ruimte. Fysieke locaties liggen niet meer vast in de ruimte op één locatie, maar worden dynamisch. De spirituele dimensie is als het ware vloeibaar. Er gebeuren dingen die in de gewone ruimte en tijd niet mogelijk zijn: God vertelt Jakob in een droom dat die bijzondere plaats – waarop hij ligt – het land is dat gegeven zal worden aan hem en aan zijn nageslacht en waarnaar Hij hem zal doen terugkeren (vs 15). Een gedroomd land?
In de volgende bijdrage over ‘land’ staan we stil bij de wijze waarop de tocht naar het land is gegaan.
Henk Scholder en Niek de Wilde,
judaici en medewerkers van de Stichting LeV
[1] Zie ook de leerbrief ‘Juist nu’ van Dodo van Uden.
[2] Leo Mock (1968-2023, Amsterdam, rabbijn, Talmoedist) beschrijft in ‘Drie versies van Groot-Israel’ (NIW, december 2001) aan de hand van drie plaatsen in de Tenach waarin de omtrekken van Israel worden gegeven – Genesis 15,18-21, Numeri 34,1-15, en Jozua 13-17 – de contouren van Groot-Israël.
[3] Zie ook het themanummer ‘land’ in het tijdschrift Tenachon, Tora in de westerse cultuur, maart 2023). Dit is nog verkrijgbaar bij stichting PaRDeS: www.stichtingPaRDeS.nl